 |
 |
|
 |
Epilepsie vormt vaak een aspect van een meervoudig stoornisbeeld. We spreken dan over een syndroombeeld. Epilepsie kent vele syndromen. Het is belangrijk om tot een medische syndroomdiagnose te komen omdat dit de therapiekeuze beïnvloedt en een prognostische betekenis heeft.
Elk epilepsiesyndroom heeft zijn eigen specifieke kenmerken: in soort aanval(len), het EEG-beeld, de leeftijd waarop het syndroom ontstaat en de invloed op de intelligentie en het gedrag van het kind. Vaak is de oorzaak van epilepsiesyndromen (nog) niet bekend. Voor lang niet alle kinderen met epilepsie kan even gemakkelijk worden vastgesteld welk syndroom ze hebben. Sommigen hebben een paar kenmerken van het ene syndroom en een paar van een ander. Er kunnen jaren overheen gaan om tot de juiste diagnose te komen. Bovendien zijn er ook syndromen die later overgaan in andere syndromen of epilepsievormen.
Enkele voorbeelden van de meest voorkomende syndroombeelden in de schoolgaande leeftijd:
|
Koortsstuipen worden niet tot epilepsie gerekend. Ongeveer vijf procent van de kinderen krijgt een keer een koortsconvulsie. Van deze groep ontwikkelt slechts vijf tot tien procent later daadwerkelijk epilepsie.
Voor meer informatie zie: www.kinderneurologie.eu
Rolandische epilepsie
- Leeftijd: vanaf twee tot dertien jaar.
- Erfelijk: ja.
- Aanvallen: korte aanvallen (één tot drie minuten), vaak gering in aantal en in clusters, zestig tot tachtig procent ’s nachts, trekkingen in het gezicht of tong uitbreidend naar arm of soms been, gepaard met keelgeluiden en slikbewegingen. Daarbij treden speekselvloed en spreekstoornissen op. Kinderen komen vaak angstig over.
- Prognose: de reactie op behandeling is niet altijd gunstig, maar de uiteindelijke medische prognose is goed. De epilepsie verdwijnt uiterlijk op twaalf- of dertienjarige leeftijd en heeft geen invloed op de intelligentie en het gedrag.
In sommige gevallen zijn er taalstoornissen die kunnen wijzen op een relatie met het Landau-Kleffnersyndroom.
Deze epilepsie behoort tot de categorie goedaardige epilepsiesyndromen.
|
Rolandische epilepsie kent echter ook een variant die tot de categorie kwaadaardige epilepsiesyndromen behoort. Deze vorm komt voor bij kinderen tussen drie en achttien jaar.
’s Nachts treden partiële aanvallen op. De trekkingen zijn vaak in één gezichts- of lichaamsdeel en gaan meestal niet gepaard met bewustzijnsvertraging. Tijdens een deel van de slaap (het langzame gedeelte) is intensieve epileptische activiteit in de hersenen aanwezig.
Deze atypische Rolandische epilepsie leidt tot verstandelijke achteruitgang en verslechtering van spraak, oriëntatie, leren en gedrag. Na verdwijning van de epilepsie (vaak rond het vijftiende levensjaar) kunnen de cognitieve en taalfuncties tot op zekere hoogte terugkeren. |
Bronnen:
- Episcoop jaargangen 2003-2004-2005
-
‘Het indiceren van leerlingen met epilepsie voor leerlinggebonden financiering, een handreiking’ - LCTI 2007
|
|
|
|
|
|