“Normaal als het kan, Speciaal als het moet”


Leerlingen zijn met de komst van de Wet Passend Onderwijs per 1-8-2014 aangewezen op een basisschool die zorg op maat moet bieden. Hiermee kunnen leerlingen met epilepsie het reguliere onderwijs blijven volgen; ook als er extra ondersteuning nodig is. In de praktijk blijkt dit voor leerlingen met een gecompliceerde epilepsie in combinatie met leerproblemen toch niet altijd haalbaar. 

Gecompliceerde epilepsie en leerproblemen
Wanneer ik een leerling in begeleiding krijg, is mijn eerste insteek altijd: “Normaal als het kan, Speciaal als het moet.” 

Toch begeleid ik momenteel twee leerlingen met een gecompliceerde epilepsie in combinatie met leerproblemen in het SBO omdat beiden het niet gered hebben binnen het reguliere basisonderwijs.

Effecten van epilepsie
Epilepsie geeft vaak meer dan gemiddelde vermoeidheidsklachten. Deze hebben te maken met 

* epileptische aanvallen die veel energie kosten

* slechte kwaliteit van de slaap (nachtelijke epilepsie)

* bijwerking van de epilepsiemedicatie.

Daarnaast ondermijnen epileptische aanvallen het zelfvertrouwen. Zij zorgen voor basale onzekerheid en stress die het welbevinden en het leren negatief beïnvloeden.

Waarom lukt basisonderwijs niet?
Bijna altijd gaat het om een combinatie van redenen die ervoor zorgt dat het welbevinden van de leerling in het geding komt. De leerling voelt zich een buitenbeentje. Niet alleen door de epilepsie maar ook doordat het leren niet goed lukt. De didactische achterstand op leeftijdgenoten wordt groter ondanks alle aanpassingen. De eigen leerlijnen voor meerdere vakken bevestigen het negatieve zelfbeeld van de leerling: ik ben dom.

In een basisschoolklas wordt een groot beroep gedaan op het zelfstandig werken. Concentratie en werkhouding zijn daarbij van groot belang. En dat terwijl concentratie, maar ook werktempo en geheugen precies de gebieden zijn waarop leerlingen met epilepsie de meeste problemen ondervinden. 

De capaciteiten en intrinsieke motivatie van de door mij begeleide leerlingen zijn goed. Het is de organisatie van het onderwijs binnen de scholen dat niet flexibel genoeg blijkt om deze leerlingen te bieden wat zij nodig hebben.

Welbevinden en leren
Het leven en functioneren van deze leerlingen is door de epilepsie onvoorspelbaar, grillig en continu in onzekerheid en beweging. Daarom moeten vaste onderwijsstructuren kunnen worden doorbroken en aangepast aan de mogelijkheden van de leerling met epilepsie, op die specifieke dag. En ook de mensen in de omgeving moeten kunnen meebewegen met die specifieke behoefte. Dit alles is binnen het SBO gemakkelijker te realiseren door het multidisciplinaire werken, de kleinere groepen en de vaak uitgebreidere differentiatiemogelijkheden. 

Uit ervaring weet ik dat het welbevinden van leerlingen met een lastige epilepsie binnen het SBO aanzienlijk verbetert. Daarmee ligt de weg naar het leren weer open.

 Elma van Doorn, onderwijskundig begeleider