Kleine aanvallen met grote gevolgen


Kinderen met absence-epilepsie kunnen veel last hebben van de kortdurende  “afwezigheden”. Hierdoor komt gesproken informatie  onvoldoende binnen en kan onvoldoende worden omgezet in de handelingen die door de leerkracht worden verwacht.
 

Situatie
Vanuit het onderwijskundig spreekuur in het ziekenhuis wordt  mij door de kinderneuroloog  gevraagd om contact op te nemen met de ouders van een 6 jarig meisje met  gegeneraliseerde epilepsie met veel absences  gedurende  de dag.

Het eerste contact met ouders  is telefonisch  en ik leg hen uit wat de bedoeling is. Ik vraag hen toestemming om contact op te nemen met de school, waarna ik de ouders op de hoogte breng van de gemaakte afspraak. 

Aan de slag
Na een observatie in de klas volgt een gesprek met ouders, leerkracht en intern begeleider.

Bij dit meisje is psychologisch onderzoek gedaan door de schoolbegeleidingsdienst, echter bij de conclusie is geen rekening gehouden met de invloed van de absence-epilepsie op het functioneren. De cognitieve mogelijkheden kunnen onvoldoende tot uiting komen in het onderzoek door de vele epilepsieaanvallen, waardoor de intelligentie-scores niet betrouwbaar zijn.

Tijdens het gezamenlijke overleg heb ik filmbeelden laten zien van absences en subtiele aanvallen. Naast uitleg over de epilepsie en de invloed daarvan op het functioneren, geef ik school de volgende handreikingen voor de begeleiding:

  • Houd er rekening mee dat gesproken informatie niet altijd goed binnenkomt. Door de absence-epilepsie komt informatie vertraagd en versnipperd binnen. Ook kan ze informatie missen of niet onthouden.
  • Vermijd zoveel mogelijk complexe opdrachten. Laat haar bijvoorbeeld één werkje uit de kast halen en op tafel neerzetten. Dan pas volgt de opdracht die erbij hoort.
  • Maak gebruik van een visuele  strategie-aanpak, zoals  “de Beren methode” van Meichenbaum.  Dit kan haar helpen bij het maken van een opdracht volgens een vaste structuur.
  • Houd er rekening mee dat ze moeite heeft met het schakelen van de ene  naar de andere opdracht.
  • Haar tempo van verwerken ligt mogelijk lager dan van andere  leerlingen.
  • Ga uit van kwaliteit i.p.v. kwantiteit. Liever een beperking in de omvang van de opdracht, dan frustratie bij teveel aan werk. 

Onbekendheid met epilepsie
Bij de school is weinig kennis over epilepsie. Men heeft behoefte aan meer uitleg en adviezen. School en ouders besluiten daarom ambulante begeleiding aan te vragen bij LWOE. Zij vullen samen het aanvraagformulier in, dat via de website www.lwoe.nl is gedownload. De Commissie van Begeleiding van De Berkenschutse / LWOE beslist dat ambulante begeleiding kan worden toegekend op basis van de informatie van de school, neuroloog, ouders en mijn informatie vanuit het eerste schoolbezoek. Als onderwijskundig begeleider ga ik samen met school en ouders aan de hand van de gestelde hulpvragen aan de slag. 

Hoe gaat het nu?
Enkele maanden na mijn eerste schoolbezoek blijft het voor de leerkracht moeilijk om de absences in de klas te zien. Dit is niet zo vreemd in een klas met 30 leerlingen! De absences duren zo kort, dat een aanvalletje al snel gemist wordt. Het automatiseren van de lesstof in groep 3 verloopt moeizaam. De leerling heeft meer herhaling nodig dan de andere kinderen zonder epilepsie. Om dit te realiseren heeft de school bij het Samenwerkingsverband extra zorggelden aangevraagd. Met dit aanvullende budget kan de school de uren van de klassenassistent uitbreiden, zodat dit meisje meer ondersteuning kan krijgen om extra te kunnen oefenen.

Terwijl de neuroloog blijft zoeken naar de juiste medicatie om de epilepsie rustig te krijgen, is de school hard aan het werk om dit meisje zo goed mogelijk vooruit te helpen in haar leerproces.

 

Hanneke Verstijnen, voormalig onderwijskundig begeleider LWOE