Stap voor stap naar verbetering

We beginnen het traject met een aantal gesprekken. Samen met de betrokken leerkrachten, de ouders en de leerling zelf splitsen we de hulpvraag op in een aantal onderdelen. Door zijn epilepsie vertoont hij in de ogen van zijn klasgenoten af en toe ‘raar’ gedrag en dat leidt tot frictie in de klas. Daarnaast heeft hij moeite om duidelijk zijn grenzen te stellen. Ook contact maken met klasgenoten en dit contact onderhouden vindt hij moeilijk. De leerkracht moet bovendien extra tijd investeren om hem basisvaardigheden aan te leren.

Sociaal-emotionele ontwikkeling
We besluiten om eerst te werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een kleine groep leerlingen met wie het contact stroef verloopt, gaat met elkaar aan de slag. De leerling zelf heeft in een reeks gesprekken geleerd om aan te geven wat hij moeilijk en makkelijk vindt. Daarbij moet hij ook aangeven van wie hij hulp nodig heeft. Dit kan de leerkracht zijn, maar ook zijn moeder of een maatje in de klas.

Steile leercurve
Uiteindelijk stelt de leerling een top vijf van moeilijkste dingen op. Samen maken we een plan op welke wijze hij die zaken onder de knie kan krijgen. We maken een plan voor het leren van zijn topografie, voor het maken van een werkstuk maar ook voor hoe je concreet met iemand afspreekt. Bij elk stappenplan staat ook of hij er hulp bij nodig heeft en zo ja, van wie én met welk resultaat hij tevreden zal zijn. Stap voor stap pakt hij zijn top vijf aan.

Regelmatig bespreken we het proces en het resultaat waardoor hij succes ervaart en minder gaat opzien tegen moeilijke vakken. 

Door het proces concreet en stapsgewijs aan te pakken, wordt zijn leercurve steil en heel zichtbaar. Hierdoor kan hij genieten van zijn eigen (leer)ervaringen en neemt zijn (zelf)vertrouwen toe.

Lina Rood, onderwijskundig begeleider