Meer openheid door het Ik-boek

Kinderen met epilepsie kunnen onzeker zijn over reacties van medeleerlingen op hun epilepsie. Hierdoor kunnen zij zich terugtrekken, stil zijn en vooral niet over hun aandoening willen spreken. Die kinderen kun je aan het praten krijgen over epilepsie met behulp van het ‘Ik-boek’.  

 

 

Met het Ik-boek, dat speciaal voor kinderen met epilepsie is gemaakt, gaan kinderen met de hulp van een volwassene actief met het onderwerp epilepsie aan de slag. Het eerste deel van het boek gaat het met name over het kind zelf. Hoe zie ik er uit? Waar houd ik van? Waar houd ik niet van? Wie zijn mijn vrienden? En hoe kan ik me voelen? 

Veilige setting
Het tweede gedeelte is toegespitst op de epilepsie en de beleving van de epilepsie. Wat is epilepsie? Hoe vaak krijg ik een aanval? Hoe voel ik me daarna? Gebruik ik medicijnen en ga ik wel eens naar het ziekenhuis? Door een veilige setting te creëren, durven kinderen gaandeweg steeds meer te vertellen over zichzelf. Eerst tegen de begeleider en later ook tegen anderen. 

Angst voor reacties uit de omgeving
Ik begeleidde een leerling uit de middenbouw van het speciaal basisonderwijs. Net als veel andere kinderen met epilepsie voelde de jongen zich niet vrij om te praten over epilepsie. Bij hem kwam dit grotendeels voort uit onzekerheid en angst voor de reacties uit zijn omgeving. Hij vermeed het onderwerp en praatte er liever niet over. 

Meer openheid nodig
Zijn epilepsie speelde hem echter dusdanig parten dat hij onverwacht een grote aanval op het schoolplein kreeg. Zijn epilepsie werd zichtbaar en zorgde voor vragen en opmerkingen van medeleerlingen. Samen met de leerling besloot ik dat dit het moment was, waarop meer openheid nodig was. In het belang van zijn omgeving en andere kinderen, maar zeker ook in het belang van zijn eigen ontwikkeling.  

Leerling uitgedaagd zichzelf te tonen
Samen met de leerling werkte ik het Ik-boek door. Stapje voor stapje werd deze onzekere, wat stille jongen uitgedaagd om iets van zichzelf te laten zien. De vaste structuur van werken was prettig voor hem. Eerst een praatje, dan naar het onderwerp van die dag aangevuld met meegenomen materialen (boek, plaatjes, EEG-dopjes, spelletjes) en vervolgens naar het ik-boek zelf. 

Zelfvertrouwen en lef
Als resultaat van de gesprekken vroeg de leerling of ik hem wilde helpen met het voorbereiden en houden van een spreekbeurt over epilepsie. Zijn zelfvertrouwen en lef om open te kunnen zijn over de epilepsie was duidelijk toegenomen. Dat werd vooral zichtbaar tijdens de Ik-boek-momenten en tijdens zijn spreekbeurt. 

 

Claudia van den Hoven, onderwijskundig begeleider