Niks aan de hand, toch…?

Ik ontmoet deze leerling voor het eerst bij haar overstap naar het voortgezet onderwijs.

Een meisje met een forse epilepsie. Niet zozeer vanwege grote aanvallen, maar juist de zeer vele absences beïnvloeden dagelijks haar functioneren. Het maakt dat ze zich onzeker voelt en niet altijd goed weet wat er van haar wordt verwacht in de lessen op school. 

Tijdens een huisbezoek ontmoet ik haar voor het eerst. Een op het eerste oog dwarse puber, die na een half uurtje ontdooit en enthousiast haar agenda met mooie plaatsjes laat zien. 

Moeder weet niet hoe ze in gesprek kan komen met de school. Ze voelt zich niet serieus genomen door de mentor. De maandkaarten en rapporten tonen magere cijfers. 

In gesprek met de mentor
Een gesprek vindt plaats in het klaslokaal van het meisje. Aanwezig zijn moeder, haar mentor en ikzelf. De mentor geeft aan weinig noodzaak te zien voor het gesprek. Van de epilepsie wordt op school niets gezien en ze heeft de indruk dat het goed gaat met deze leerling.

Enige tijd nadien belt moeder mij om te vertellen dat haar dochter zich niet prettig voelt in de klas. Ze voelt zich ziek en wil niet meer naar school. Ik neem opnieuw contact op met de mentor. Ze beaamt dat de leerling al een tijdje ziek thuis is, maar dat er sprake is van een fase. Iedere puber kent periodes van niet meer willen. De mentor heeft een drukke agenda, maar desondanks is het toch mogelijk om een voortgangsgesprek gepland te krijgen. Op mijn verzoek zal daarbij ook de zorgcoördinator aanwezig zijn, omdat zij wellicht kan zorgen dat de mentor wat ontlast gaat worden in het begeleiden van deze leerling. 

Overleg met mentor en zorgcoördinator
De mentor vertelt dat ze het zwaar heeft met veel moeilijke leerlingen in de klas. De problematiek van deze leerling met epilepsie valt daarbij niet op. Met mijn hulp kan dit meisje aangeven dat ze zich niet prettig voelt op school en welke rol de epilepsie daarbij speelt.

Samen met de zorgcoördinator spreken we af, dat deze leerling begeleidingsgesprekken gaat krijgen met mij, mee mag doen met de SoVa-training op school en gebruik mag gaan maken van extra ondersteuningslessen die op school worden georganiseerd. 

Meer begrip
Na elk gesprek met de leerling op school, mail ik de mentor mijn bevindingen. Nu de mentor inzicht heeft gekregen in de gevolgen van de vele aanvalletjes op een dag, heeft zij meer begrip gekregen voor de gevoelens van dit meisje. 

Het allermooiste is dat het goed gaat met deze leerling. Ze voelt zich nu serieus genomen en zit beter in haar vel. Ze haalt voldoendes en gaat weer dagelijks naar school ! 

 

Karin Lorskens, Onderwijskundig begeleider