Afscheid van Lars

Onderweg naar een leerling, kom ik op een bekende, smalle 60km weg, langs het kleine dorpsschooltje van Lars. Mijn gedachten gaan terug naar de periode dat ik hier regelmatig binnenstapte. In het najaar van 2011 was er een rugzak aangevraagd vanwege de epilepsie van Lars en vroeg school het LWOE om ondersteuning. Het lijkt lang geleden. Voorheen was een leerling veel langer in begeleiding dan tegenwoordig. Er wordt nu meer vraaggericht gewerkt i.p.v. langdurig volgend.

 

Het laatste gebeurt nu voornamelijk als er sprake is van een ernstig epilepsiebeeld of syndroom, waarbij er sprake is van een sterk wisselend functioneren van de leerling. 

Maar terug naar Lars…  

Kleine school 
Ouders hadden bewust een kleine school voor Lars gezocht in een dorp, een paar kilometer buiten hun eigen woonplaats. Het leek hen een betere en rustiger omgeving voor Lars. Een school van ongeveer 45 leerlingen, met een kleutergroep van rond de 10 kinderen. Lars kwam in een warm bad: de leerkrachten waren betrokken, konden veel persoonlijke aandacht geven en goed inspelen op zijn onderwijsbehoeften. Daarnaast reageerden ze enthousiast op een uitnodiging om op de kliniek in Zwolle nog meer over epilepsie en onderwijs te leren.   

Basisschool of Speciaal Onderwijs? 
Ik had regelmatig gesprekken op school met ib-er, leerkracht en ouders. Uit de resultaten van het psychologisch onderzoek bleek dat Lars veel beter op het SO zou passen, maar de randvoorwaarden op dit kleine schooltje waren vergelijkbaar met die van het speciaal onderwijs en bovendien was deze school vlakbij en hoefde Lars niet hele dagen van huis. We volgden de ontwikkeling van Lars, stelden handelingsplannen op en elk half jaar kwam de vraag op tafel of de school handelingsverlegen was. Telkens werd dit ontkend en Lars had een heerlijke tijd. Vanaf het begin had Lars al extra individuele begeleiding gekregen naast het reguliere programma en dit kon elk schooljaar weer een vervolg krijgen. Aan alle kanten was er aandacht voor en betrokkenheid bij de ontwikkeling van Lars. 

Epilepsie 
Vanaf het debuut van de epilepsie op 2-jarige leeftijd, was er een stagnatie in de taal-spraakontwikkeling ontstaan. Veel logopedie, oefenen en goede onderlinge afstemming wierpen vruchten af. 

Gelukkig werd de epilepsie van Lars stabiel na verschillende soorten medicatie. Er werden nauwelijks nog aanvallen gezien en de helm die in groep 1 eerst nog voor de zekerheid tijdens buiten spelen op moest, kon naar huis.  

Leerontwikkeling 
Lars hield van grapjes uithalen. Als hij juf Marjan voor de gek hield, twinkelden zijn ogen. Hij was ook gek op voetbal en ging met zijn vader naar de thuiswedstrijden van SC Heerenveen. In zijn eigen voetbalteam kon hij goed meekomen en hoorde er helemaal bij. 

Ik heb een aantal keren gefilmd in de klas. In groep 3 met 3 jongens, kreeg Lars wel erg veel aandacht. Een langere spanningsboog, concentratie en een zelfstandige werkhouding werden nieuwe doelen. 

In groep 4 kwam hij weer terug bij juf Natascha. Het werd nog belangrijker om in deze combinatiegroep zelfstandig aan het werk te kunnen. Lars kon het groepsniveau niet meer volgen en kreeg een eigen leerlijn. In de klas werd dit helemaal geaccepteerd; iedereen kende hem en maakte hier geen punt van.  

Welbevinden 
Toch veranderde er iets bij Lars; hij begon meer te merken dat hij zijn leeftijdsgenootjes niet meer bij kon houden. Sociaal emotioneel kwam er duidelijk meer afstand. Zijn jongere zusje kon inmiddels beter lezen en rekenen en hij was soms verdrietig thuis. Na goed overleg hebben we uiteindelijk besloten dat de tijd gekomen was dat Lars zich beter, binnen zijn mogelijkheden, verder kon ontwikkelen op het SO. Ik heb met ouders 2 scholen bezocht en ouders hebben de knoop doorgehakt.   

Passend Onderwijs 
Bij het afscheid kreeg ik een mooie foto van Lars in z’n Heerenveen-shirt. Lars was mijn laatste “-oud-rugzak-leerling” en een prachtig voorbeeld van Passend Onderwijs in de beschermde omgeving van een klein dorpsschooltje, waar zoveel mogelijk was voor Lars.  

Ik hoop dat de minister nog lang deze kleine scholen kan behoeden voor sluiting. 

 

Marthie Gouma, onderwijskundig begeleider