Rolandische epilepsie en leesproblemen

Kinderen met epilepsie kunnen ook een andere bijkomende stoornis hebben. Eén ervan is dyslexie. Het epilepsiebeeld dat redelijk vaak met dyslexie wordt geassocieerd, is Rolandische epilepsie.

Mirte
De 7-jarige Mirte ontwikkelt zich de eerste jaren voorspoedig. Op de kleuterschool draait ze meteen goed mee. In groep 2 worden de eerste epilepsieaanvallen gezien. Rond het slapengaan zijn er trekkingen bij de mond te zien, soms komt ze dan niet goed uit haar woorden. Daarna herstelt ze zich weer. Na een tweede EEG wordt de diagnose Rolandische epilepsie bevestigd. Op de kleutertoetsen naar voorbereidende rekenopgaven doet ze het goed. Ze is lenig en zit op turnen.

Enthousiast begint ze aan groep 3. Rekenen gaat goed, maar lezen wil niet goed lukken. Al in het eerste leerjaar denken ouders aan dyslexie – vader heeft dyslexie en ook bij Mirtes oudere broer wordt aan dyslexie gedacht. Nu Mirte ook?! Inmiddels in groep 4 is Mirte niet meer het vrolijke meisje dat blakend van vertrouwen haar turnoefeningen deed. Ze heeft een mooi handschrift, maar het schrijven van haar naam gaat nog niet foutloos. De ambulant begeleider van het LWOE wordt erbij gevraagd. Deze zet meteen in op de leesproblematiek en adviseert de school het protocol “leesproblemen en dyslexie” te volgen met Mirte. Met de extra aandacht fleurt ze weer op; de leesproblemen blijven spelen.

Neuropsychologisch onderzoek
Mirte wordt aangemeld voor een neuropsychologisch onderzoek. In dit onderzoek worden haar cognitieve vaardigheden in kaart gebracht, evenals het tempo, geheugen, de aandacht en de executieve functies. Er wordt ook speciaal gelet op taal, benoemingsvaardigheden, werkgeheugen en het opnemen en onthouden van talige informatie door de tijd heen. Het onderzoek toont dat Mirte gemiddelde verstandelijke capaciteiten heeft, zowel op het verbale als het performale vlak. Ze heeft veel te vertellen en komt gemakkelijk uit haar woorden. Op aandachtstaken doet ze het goed. Het werkgeheugen is beneden het verwachte voor haar leeftijd. Ze pikt mondelinge informatie goed op maar al de eerste dag vergeet ze daar teveel van. Vrij eenvoudige benoemtaken kosten haar veel moeite en naarmate de taak langer duurt lukt het steeds minder goed. Ook het zelf bedenken van woorden lukt haar niet. Een taak waarbij ze snel moet werken op papier, gaat wat te langzaam.

Dyslexie bij kinderen met epilepsie?
Het wordt steeds duidelijker dat kinderen met epilepsie ook een andere bijkomende stoornis kunnen hebben. Er kan sprake zijn van emotionele problemen, van aandachtsproblemen, van autisme, van rekenproblemen, van leesproblemen. Ook van dyslexie. Kinderen met leerproblemen hebben vaak een bepaald “cognitief beeld”: ze hebben bepaalde sterke kanten en bepaalde zwakke kanten. Uit ons onderzoek is gebleken dat kinderen met een tweede diagnose een ander cognitief beeld kunnen vertonen dan kinderen die slechts de diagnose epilepsie hebben. Het cognitieve beeld kan ook anders zijn dan het beeld dat je doorgaans bij, bijvoorbeeld, dyslexie ziet. Kinderen met epilepsie én dyslexie lijken zowel op kinderen met epilepsie (zonder dyslexie) als op kinderen met dyslexie (zonder epilepsie), maar tonen toch ook een wat ander cognitief beeld dan kinderen die of het ene, of het andere beeld hebben.

Dyslexie bij kinderen met Rolandische epilepsie?
Rolandische epilepsie kan samengaan met leerproblemen. Dat kunnen ook rekenproblemen zijn, maar ook, zoals bij Mirte, leesproblemen. Dyslexie en leesproblemen hebben vaak een familiaire component. Soms hebben ouders of andere kinderen in het gezin vergelijkbare leesproblemen. Ook de taalproblemen, die vaak onderliggend zijn aan de leesproblemen, hebben vaak een familiaire component, waarbij de ene persoon in het gezin misschien alleen taalproblemen heeft, de andere leesproblemen. Iets vergelijkbaars kan van Rolandische epilepsie gezegd worden. De ene persoon in het gezin kan taalproblemen hebben, de andere leesproblemen, weer een ander Rolandische epilepsie, met of zonder de taalproblemen of de leesproblemen.

En Mirte?
Mirte blijkt een goede talige intelligentie te hebben, maar nader neuropsychologisch onderzoek brengt toch taalproblemen aan het licht. Ze heeft benoemingsproblemen zoals die vaak gezien worden bij kinderen met dyslexie. Ze heeft enige geheugenproblemen zoals die gezien worden bij kinderen met (Rolandische) epilepsie. Ouders rapporteren dyslexie bij vader en broer. Mirte is nog te jong om te spreken van dyslexie. Het is goed dat de school nu inzet op het extra ondersteunen van het leesleerproces. Zou op termijn blijken dat er sprake is van een hardnekkig probleem, dan kan Mirte aangemeld worden voor een nader lees-en dyslexieonderzoek en kan daarbij de informatie van de school ondersteuning geven aan het beeld.

Loretta van Iterson
Kinderneuropsycholoog