Het brein, epilepsie en leren

Epilepsie is geen ziekte maar de uitingsvorm (symptoom) van een ziektebeeld. Vergelijkbaar met koorts dat een van de symptomen is van het ziektebeeld griep. De griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Zo is epilepsie een symptoom van een hersenlijden waar een onderliggende oorzaak aan ten grondslag ligt. Die onderliggende oorzaak wordt vaak niet gevonden, ook niet met structurele hersenscans (fMRI).

Waarom iemand last krijgt van epilepsieaanvallen en iemand anders met dezelfde hersenaandoening niet is grotendeels onbekend. Die hersenmechanismen kennen we nog niet of zeer gedeeltelijk. We kunnen wel stellen dat het brein gevoeliger is voor het genereren van epileptische aanvallen. Die gevoeligheid kan zich uiten in auditieve, tactiele of visuele gevoeligheid (zoals lichtflitsgevoeligheid) maar ook fysieke of mentale vermoeidheid en emotionele factoren zoals stress.

Het brein en cognitie
Over het functioneren van het brein is het laatste decennium veel bekend geworden. Een conclusie kunnen we nu al trekken: het brein is uitermate flexibel en dynamisch. En niet alleen in de kindertijd en adolescentie. Toch willen we de samenhang tussen functioneren van de hersenen en cognitieve stoornissen beter leren kennen. Bij leerlingen met epilepsie worden namelijk vaak cognitieve stoornissen gesignaleerd (zoals aandachts-, geheugen- en executieve problemen) die in sterke mate het leren op school bepalen.

Promotiestudie frontale epilepsie, brein en cognitie
Een recente studie van Hilde Braakman1 wil ik in dit kader aan de orde stellen. Om de neurologische oorzaken van cognitieve stoornissen bij kinderen met frontale epilepsie te ontrafelen zijn geavanceerde onderzoeksmethodieken ingezet. Daartoe zijn kinderen met epilepsie en gezonde kinderen in de studie opgenomen. De bevindingen tonen aan dat bij geheugentaken dezelfde hersengebieden betrokken zijn ongeacht of de kinderen wel/geen epilepsie hebben. Echter de onderlinge verbondenheid van die hersengebieden (functionele netwerken) waren sterk verschillend voor de onderzochte groepen. Vooral kinderen met epilepsie én cognitieve stoornissen hadden minder specifieke verbindingen tussen hersengebieden (o.a. frontaal, temporaal, pariëtaal kwab).


Frontale netwerkwerkverbindingen in het brein

Een nadere analyse van de diffusere netwerken bij kinderen met frontale epilepsie liet zien dat vooral de langere verbindingen tussen netwerken zijn verminderd en er juist meer korte verbindingen zijn aangelegd binnen netwerken. De netwerken zelf zijn minder efficiënt en de integratie is lager. Dit uit zich bij kinderen met frontale epilepsie in cognitieve afwijkingen die zich niet alleen beperken tot die van de frontale kwab waar het epileptisch focus zich bevindt. Deze resultaten suggereren dat epilepsie in de kinderleeftijd een negatieve invloed heeft op de normale rijpingsprocessen in het brein (van achteren naar voren).

Betekenis wetenschappelijke inzichten voor onderwijs
Wat betekenen deze bevindingen voor de onderwijspraktijk? Zoals vaak bij wetenschappelijke studies, gericht op het verwerven van inzicht in het functioneren van het brein, wordt de praktische evidentie niet belicht. De geringere functionele integratie van de hersennetwerken heeft onmiskenbaar gevolgen voor het leren van schoolse vaardigheden bij leerlingen met epilepsie.

Bekijken we de definitie van leren dan zijn daarin twee elementen te onderscheiden:

1. verwerven van nieuwe of het aanpassen van bestaande kennis, opinies, gedrag, vaardigheden of waarden

2.  integreren van verschillende soorten informatie

Vooral het integratievermogen staat bij kinderen met epilepsie (in ieder geval bij frontale epilepsie) onder druk. Daarop wordt bij het leren van vaardigheden een sterk beroep gedaan. Vooral bij inzichtvragende leervakken als rekenen en begrijpend lezen. Kinderen met epilepsie zullen daarom meer hulp nodig hebben bij het doorzien van hoofd- en bijzaken, begrijpen van leersituaties maar ook bij het zelfstandig organiseren van het leren.

Het brein mist namelijk het intrinsieke vermogen om deze complexe functies uit te voeren. De secundaire consequenties van deze beperkingen moeten we ook niet onderschatten, zoals het opdoen van negatieve leerervaringen en de aantasting van het zelfbeeld en de motivatie om te leren. Extra hulp in het onderwijs is daarbij van cruciaal belang.

Toekomst
Nu we de hersenen & leren & gedrag beter leren begrijpen, is het een taak van het LWOE om de praktische consequenties verder uit te werken door behandelingsuitgangspunten te verhelderen en methodieken op te zetten en te testen in de onderwijspraktijk. Ondersteuning vanuit de academische centra is daarbij uiteraard van essentieel belang./

Dr. G. (Geert)Thoonen,
Orthopedagoog, GZ-psycholoog, Universitair docent

1. Braakman, H. (2013). Imaging the brain; Neuronal correlates of cognitive impairment in children with frontal lobe epilepsy. Thesis Universiteit Maastricht.