Bundelen van expertise, een krachtig begeleidingsmiddel

 

Als onderwijskundig begeleider van het LWOE richt ik me op epilepsie en leer- en gedragsproblemen. Het komt echter geregeld voor dat er na het uitvoeren van de handelingsadviezen blijkt dat er nog iets anders speelt. Zo ook bij Fons. Fons is inmiddels zeven en zit in groep 4 van de basisschool. Hij heeft absence-epilepsie van het generaliserende type.

Hij is nu enkele jaren aanvalsvrij; eerst met medicatie en nu ook zonder medicatie. Het EEG laat nog wel een afwijking zien. Fons is dus niet “genezen”, maar hij heeft geen absences meer. Bezoeken aan de neuroloog zijn niet meer nodig. 

Wie is Fons?
Fons is een jongen met een bovengemiddelde intelligentie (totaal IQ 122). Hij is verbaal sterk: hij heeft een grote woordenschat en een brede interesse. Hij weet veel en vertelt daar graag over. Toch heeft hij een grote achterstand op het gebied van lezen en spelling. Daarnaast is zijn werktempo laag en zijn concentratie zwak. In sociale situaties heeft hij het vaak moeilijk: hij loopt tegen onbegrip aan bij klasgenoten en reageert dan zelf fysiek en gefrustreerd. 

Wat is er nodig?
Ouders en leerkracht vragen zich af welke ondersteuning en begeleiding Fons nu nodig heeft.

Toen hij aangemeld werd vanwege zijn epilepsie en achterblijvende ontwikkeling op het gebied van lezen en spelling, zijn trage werktempo en zijn concentratieproblemen is gestart met een observatie in de klas door de onderwijskundig begeleider. Na analyse van alle gegevens is dyslexie-onderzoek gestart waaruit de diagnose dyslexie volgde. Buiten de klas krijgt Fons bij RT retentietraining voor spelling en leestraining. In de klas krijgt hij extra ondersteuning om structuur in taaltaken te leren aanbrengen en wordt de hoeveelheid schrijfwerk voor hem beperkt.

Fons maakt vervolgens goede vorderingen, maar blijft het moeilijk houden in sociale situaties, ook als epilepsie en medicatie geen rol meer spelen. Ik krijg een vermoeden. 

Vermoeden
Ongeveer een derde van de kinderen met epilepsie heeft gedragskenmerken die doen denken aan een autisme spectrum stoornis. Zij zijn minder flexibel in denken en doen. Ze kunnen zich moeilijker aanpassen aan de omgeving, hebben beperkt inlevingsvermogen en een beperkt sociaal inzicht. In het dagelijks leven hebben deze kinderen moeite om aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten.

Is er bij Fons sprake van een stoornis in het autismespectrum? 

Collegiale consulatie
Ik observeer Fons in de klas om meer zicht op zijn problematiek op sociaal gebied te krijgen en bespreek mijn observaties met leerkracht en ouders. Met elkaar komen we tot een idee hoe de problematiek van Fons in elkaar steekt en wat hij nodig heeft om over deze problemen heen te komen of om er beter mee om te gaan. Samen besluiten we tot het aanvragen van collegiale consultatie vanuit het Centrum voor Autisme. 

Problematiek van Fons
De overeenkomsten in de observaties van de consulent van het Centrum voor Autisme en in die van mij zijn groot. Fons start zijn werk op eigen wijze en heeft daarbij een leeftijdadequate werkhouding, spanningsboog en concentratie. Hij is erg gericht op zijn eigen werk en het resultaat. De vele omgevingsprikkels storen hem niet. Woordkeuze en zinsbouw zijn sterk maar hij heeft moeite om de essentie van een verhaal weer te geven. Zijn contacten zijn functioneel en komen voort uit eigen behoefte en belangstelling. Hij is zich niet zo bewust van het effect van zijn eigen handelen op de omgeving. Hij heeft momenten van bewegingsonrust en hanteert een krampachtige penvoering. 

Maatwerk
Fons laat gedragingen zien die binnen het autismespectrum kunnen vallen. Op dit moment lijkt hij binnen de groep veel te kunnen compenseren door de situatie cognitief te benaderen. Echter, in hogere groepen wordt in toenemende mate een beroep gedaan op samenwerken. Dat zal minder eenvoudig voor hem zijn en vrijwel zeker tot frustraties leiden. Ouders, leerkracht, consulent en onderwijskundig begeleider besluiten daarom tot nader onderzoek richting een autismespectrumstoornis. Samen formuleren zij alvast handelingsrichtlijnen die Fons helpen te leren omgaan met sociale situaties en die ervoor zorgen dat hij minder frustraties oploopt. 

Na begeleiding van de lees- en spellingsproblemen in combinatie met de epilepsie bleven de frustraties bij Fons bestaan. Nadere observatie en analyse van zijn gedrag waarbij ook een deskundige op het gebied van autisme betrokken was, leverde een aanpak gericht op de huidige situatie en op de toekomst op. Door expertise te bundelen kon in de begeleiding en ondersteuning van Fons maatwerk geleverd worden.

 

Judy Koopmans, Onderwijskundig Begeleider