Epilepsie

Wat is epilepsie?

Epilepsie is een chronische aandoening die zich kan uiten door epileptische aanvallen. Epileptische aanvallen ontstaan door een plotselinge tijdelijke verstoring van de elektrische activiteit in de hersenen.

Deze verstoring kan zich beperken tot een relatief klein gebiedje in de hersenschors (focale aanvallen), maar kan ook de gehele hersenen betreffen (gegeneraliseerde aanvallen). Wanneer de oorzaak van de epileptische aanvallen bekend is (bijv. een vastgestelde hersenbeschadiging) spreken we van symptomatische epilepsie. Worden er geen oorzaken gevonden dan spreekt men van een cryptogene of idiopathische epilepsie.

Hoe vaak komt epilepsie voor?

Epilepsie komt voor bij 1 op de 150 mensen. In Nederland hebben dus ongeveer 120.000 mensen epilepsie. Epilepsie komt veel voor tijdens de kinderleeftijd, waardoor de kans dus groot is dat zich op een willekeurige school enkele kinderen met epilepsie bevinden.

Medisch beeld en aanvalsbeelden

Epileptische aanvallen kunnen zich op heel veel verschillende manieren uiten, zoals schokken, staren, automatismen, enz. Aanvallen kunnen duidelijk en als zodanig herkenbaar zijn, maar het komt ook voor dat je niets of nauwelijks iets merkt. Welke soort aanval optreedt, wordt grotendeels bepaald door het deel van de hersenen waar de verstoring zich voordoet.

Aanvallen worden in groepen ingedeeld afhankelijk van:

  • waar ze in de hersenen beginnen
  • iemands gewaarwording wel of niet is aangetast
  • eventueel aanwezige andere symptomen bij de aanval, zoals bijv. beweging

De epilepsieaanvallen worden onderverdeeld in:

  • aanvallen met een focaal begin (focale aanvallen)
  • aanvallen met een gegeneraliseerd begin (gegeneraliseerde aanvallen)
  • aanvallen met een onbekend begin

Voor een totaaloverzicht van aanvallen verwijzen wij u naar het overzicht van de aanvalsclassificatie 2017, zoals is opgesteld door de International League Against Epilepsy (ILAE).

Invloed op functioneren

Kinderen met epilepsie kunnen door hun epilepsie, door de medicatie of door een eventueel onderliggende aandoening ook leer- en gedragsstoornissen krijgen.

Daarnaast kunnen ook sociaal-emotionele problemen ontstaan door het hebben van de epilepsie, als gevolg van de beperkingen die de aanvallen met zich meebrengen of vooroordelen die er in de omgeving leven. Dit kan leiden tot sociaal-emotionele problemen zoals bijvoorbeeld faalangst, een negatief zelfbeeld, teruggetrokkenheid.

U kunt meer lezen over de invloed van epilepsie op leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling in het artikel 'Laat leerlingen niet vallen'.