Syndromen

Epilepsie is een onderdeel van een hersenfunctiestoornis die vaak meer gevolgen heeft dan alleen maar aanvallen. Sommige vormen van epilepsie hebben in de praktijk opvallende kenmerken. We spreken dan over een syndroom. Er zijn verschillende syndromen. Het is belangrijk om tot een syndroomdiagnose te komen omdat dit de therapiekeuze beïnvloedt en een prognostische betekenis heeft.

Elk epilepsiesyndroom heeft zijn eigen specifieke kenmerken: soort aanval(len), het EEG-beeld, de leeftijd waarop het syndroom ontstaat, de mate van behandelbaarheid van de aanvallen en de invloed op de intelligentie en het gedrag van het kind. Maar ook het beloop in de tijd speelt een rol bij het vaststellen van een syndroom. Vaak is de oorzaak van een epilepsiesyndroom (nog) niet bekend. Voor lang niet alle kinderen met epilepsie kan even gemakkelijk worden vastgesteld welk syndroom ze hebben. Sommigen hebben een paar kenmerken van het ene syndroom en een paar van een ander syndroom. Er kunnen jaren overheen gaan om tot de juiste diagnose te komen, juist omdat het beloop in de tijd een rol speelt. Bovendien zijn er ook syndromen die later overgaan in andere syndromen of epilepsievormen.

 Enkele voorbeelden van de meest voorkomende syndroombeelden in de schoolgaande leeftijd:

Bij koortsstuipen wordt niet van epilepsie gesproken omdat dit uitgelokte en dus geen ongeprovoceerde aanvallen zijn. Ongeveer vijf procent van de kinderen krijgt een keer een koortsconvulsie. Van deze groep ontwikkelt slechts vijf tot tien procent later daadwerkelijk epilepsie.

Voor meer informatie zie ook: www.kinderneurologie.eu

Ga Terug