CSWS-syndroom

  • Leeftijd: begint meestal tussen het vijfde en achtste levensjaar, soms bij kinderen die al een milde vorm van epilepsie hadden.
  • Aanvallen: De aanvallen zijn divers. Tijdens een deel van de slaap (de zogenaamde niet-droom slaap waarbij trage golven in het EEG worden gezien) is continu epileptische activiteit in het EEG aanwezig, zonder klinische aanvallen. Het kind slaapt ogenschijnlijk goed, maar is ’s ochtends vaak niet uitgerust. Er ontstaat een stilstand of regressie in de cognitie van het kind. Er treedt een verslechtering van spraak, oriëntatie en gedrag op.
  • Prognose: de behandeling kan teleurstellend zijn. De aanvallen worden in het algemeen goed onderdrukt, maar de cognitieve functies herstellen niet altijd. Er wordt zowel behandeld met medicatie als met een prednisonkuur. Meestal verdwijnt de epilepsie vanaf de puberteit. Het is mogelijk dat de cognitieve- en taalfuncties daarna verbeteren, maar deze herstellen vrijwel nooit volledig.
  • Deze epilepsie behoort tot de categorie (dis)cognitieve epilepsiesyndromen.
Terug naar syndroombeelden