Rolandische epilepsie

  • Leeftijd: vanaf twee tot dertien jaar
  • Erfelijk: soms
  • Aanvallen: korte aanvallen (één tot drie minuten), vaak gering in aantal en in clusters, 60 tot 80 % ’s nachts, trekkingen in het gezicht of tong uitbreidend naar arm of soms been, gepaard met keelgeluiden en slikbewegingen. Daarbij treden speekselvloed en spreekstoornissen op. Kinderen hebben meestal geen bewustzijnsdaling en komen vaak angstig over.
  • Prognose: de reactie op behandeling is bijna altijd gunstig en de uiteindelijke prognose is goed. De epilepsie verdwijnt op twaalf- of dertienjarige leeftijd en heeft meestal geringe of geen invloed op de intelligentie en het gedrag.
  • In sommige gevallen zijn er taalstoornissen die kunnen wijzen op een relatie met het Landau-Kleffnersyndroom.
  • Deze epilepsie behoort tot de categorie goedaardige epilepsiesyndromen.

Rolandische epilepsie kent echter ook een variant die tot de categorie kwaadaardige epilepsiesyndromen behoort. Deze vorm komt voor bij kinderen tussen drie en achttien jaar. Tijdens een deel van de slaap is intensieve epileptische activiteit in de hersenen aanwezig.

Deze atypische Rolandische epilepsie leidt tot verstandelijke achteruitgang en verslechtering van spraak, oriëntatie, leren en gedrag. Na verdwijning van de epilepsie (vaak rond het twaalfde tot vijftiende levensjaar) kunnen de cognitieve en taalfuncties tot op zekere hoogte terugkeren.

Terug naar syndroombeelden