Ontwikkelingsonderzoek bij kleuters met epilepsie

Kleuters met epilepsie die leer- en ontwikkelingsachterstanden hebben opgelopen, kunnen via een praktische kleuter observatieschaal nader worden onderzocht op verschillende ont-wikkelingsgebieden. Hierdoor krijgt men een duidelijk beeld van wat deze leerling al wel / niet beheerst en of deze leerling zich leeftijdsadequaat ontwikkelt.

Kinderen met epilepsie die leer-/ ontwikkelingsachterstanden hebben, zijn vaak al psycholo-gisch onderzocht door een gedragswetenschapper. Bij dit onderzoek is met name gekeken naar de intelligentie. Op basis van deze resultaten weet de leerkracht nog niet wat dit bete-kent voor de praktijk en hoe de leerling het best begeleid kan worden. Daarnaast duurt het meestal minimaal twee jaar voordat er opnieuw een psychologisch onderzoek plaats kan vinden. In de tussentijd wil de leerkracht toch graag weten hoe de ontwikkeling van de kleu-ter op verschillende gebieden verloopt. Om vragen over de ontwikkeling van de kleuter, en eventueel over doubleren en starten in groep 3, te beantwoorden kan gebruik worden gemaakt van een praktische kleuter observa-tieschaal.

Praktische kleuterobservatieschaal in samenwerking met de leerkracht
De kleuter kan door een onderwijskundig begeleider van het LWOE onafhankelijk nader worden onderzocht. De onderwijskundig begeleider doet observatieopdrachten op gebieden als ruimtelijke relaties, geheugen, tijdsrelaties, motoriek, getallen- / hoeveelheidrelaties, audi-tieve en visuele waarneming, taal en sociale relaties met de kleuter. Voor de kleuter zijn de observatieopdrachten leuke spelletjes en werkjes die het samen met de onderwijskundig begeleider mag doen. De observatieopdrachten zijn ingedeeld op leeftijd (4, 5 en 6 jaar). De leerkracht wordt gevraagd om gedragsobservatielijsten over de kleuter in te vullen. Na de afname en analyse van de observatieopdrachten en de gedagsobservatielijsten kan het ontwikkelingsniveau op verschillende gebieden in beeld worden gebracht. Dit wordt ge-daan aan de hand van staafdiagrammen.

Advisering na afname van de kleuterobservatieschaal
Als de ontwikkelingsgebieden waarop de kleuter sterk / zwak presteert duidelijk in beeld zijn, kan in een gesprek met ouders en de betrokkenen op school (zoals de leerkracht en intern begeleider) gericht advies gegeven worden over begeleiding van de kleuter in de klas. Bij de observatieschaal is een lijst met speel-leermaterialen per ontwikkelingsgebied opgenomen. Deze kunnen gebruikt worden om bepaalde ontwikkelingsgebieden specifiek te stimuleren.

Dezelfde observatieschaal kan na een periode waarin gericht met de kleuter is gewerkt (bij voorkeur minimaal een half jaar) opnieuw worden afgenomen om te kijken hoe de ontwikke-ling is gegaan. Ook dit kan weer helder in beeld worden gebracht en kan tot vervolgadviezen leiden.

Maarten Bakermans, onderwijskundig begeleider